Inleiding

In dit dashboard ziet u de uitkomsten van een onderzoek van het CBS Urban Data Center/Eindhoven naar mbo-studenten in Eindhoven. Alle aantallen zijn ook beschikbaar voor Zuidoost-Brabant, de provincie Brabant en Nederland. De gemeente Eindhoven heeft behoefte aan meer inzicht in de aansluiting van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) op de arbeidsmarkt in de regio. Als technologiestad heeft Eindhoven een sterke behoefte aan technisch geschoolde werknemers, en met dit dashboard is vast te stellen in hoeverre het mbo aan die regionale vraag kan voldoen.

Instromers

Het aantal mbo-instromers laat zien hoeveel jongeren er jaarlijks voor het eerst als student staan ingeschreven bij een mbo-instelling. In de periode 2012 - 2016 is eerst nog een lichte daling van het aantal instromers te zien. Dit hangt vooral samen met het afnemend aantal jongeren ('ontgroening'). Daarna groeit het aantal instromers weer licht, onder andere doordat meer havisten vaker voor een mbo-opleiding kiezen na de middelbare school. Eindhoven volgt hierin grotendeels de landelijke trends.

Doorstromers

Met het aantal doorstromers wordt voor alle mbo-studenten in een bepaald jaar bekeken wat hun (onderwijs)situatie is in het volgende jaar. Daarbij kunnen mbo-studenten nog steeds staan ingeschreven bij een mbo-opleiding, maar ze kunnen ook zijn doorgestroomd naar bijvoorbeeld het hbo of de vavo, of het is mogelijk dat ze niet langer in het onderwijs staan ingeschreven. Verreweg de meeste mbo-studenten staan één jaar later nog ingeschreven in het mbo. Daarnaast is ook de groep die uit het onderwijs uitstroomt behoorlijk. Het grootste deel van deze groep heeft na één jaar betaald werk gevonden (zie de grafieken in de sectie 'arbeidsmarktpositie'). Bol-studenten stromen relatief vaker door naar het hbo, terwijl bbl-studenten juist vaker het onderwijs verlaten en vooral naar betaald werk uitstromen.

Gediplomeerden

Het aantal mbo-gediplomeerden neemt in Nederland af. Dit heeft vooral te maken met de gedaalde instroom, en niet met een gebrek aan studiesucces. In Eindhoven en omgeving is de afname van het aantal gediplomeerden afgevlakt, en lieten 2016 en 2017 weer een licht herstel zien. De grootste groepen gediplomeerden in Eindhoven haalden een kwalificatie in (1) 'Dienstverlening', (2) 'Recht, handel, administratie & zakelijk', of (3) 'Gezondheidszorg en welzijn'. Het aantal gediplomeerden per studierichting varieert sterk, afhankelijk van het niveau van de mbo-opleiding.

Vroegtijdig schoolverlaters

Het aantal mbo-studenten dat voortijdig, dus zonder diploma, het onderwijs verlaat, is in Eindhoven relatief hoog ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit hangt samen met specifieke, grootstedelijke problematiek, waardoor de uitval onder studenten groter is. De uitval is hoger onder mannelijke studenten dan vrouwelijke studenten, en juist lager onder oudere studenten (> 18 jaar) dan jongere studenten.

Arbeidsmarktpositie

De arbeidsmarktpositie van mbo-uitstromers geeft tot op vijf jaar na het schoolverlaten aan of mbo-studenten na hun studie betaald werk hebben gevonden, een uitkering hebben ontvangen, en/of weer terug in het onderwijs zijn ingestroomd. Het grootste deel van de mbo-uitstromers heeft werk, en geen uitkering. De omvang van deze groep neemt vanaf één jaar na het schoolverlaten weer af, terwijl de groep die terug instroomt in het onderwijs het sterkste groeit. De overige vier groepen zijn relatief bescheiden qua omvang. In de studierichting 'Techniek, industrie en bouwkunde', de belangrijkste studierichting voor Eindhoven, is het aantal schoolverlaters dat betaald werk en geen uitkering heeft, bovengemiddeld hoog.

Uitstroom naar sector

De uitstroom naar sector geeft tot op vijf jaar na het schoolverlaten aan in welke bedrijfstakken mbo-schoolverlaters betaald werk hebben gevonden. De sectoren waarin de meeste mbo-schoolverlaters werken, zijn 'Gezondheidszorg en welzijn', 'Handel', 'Verhuur en zakelijke dienstverlening', en 'Industrie'. Zoals we bij het vorige thema ('arbeidsmarktpositie') ook al zagen, neemt het aantal werkenden na jaar één licht af, vooral omdat deze mensen terug het onderwijs instromen voor een (vervolg-)opleiding.

Uitkering

Zoals al uit het thema 'arbeidsmarktpositie' bleek, is het aantal mbo-schoolverlaters dat in een uitkering belandt, relatief beperkt. Dat het aantal mensen zonder uitkering na het eerste jaar toch daalt, ligt vooral aan het feit veel schoolverlaters terug het onderwijs instromen voor een (vervolg-)opleiding.