Inleiding



Jongeren in Zeeland

 

Hoe Zeeuwse jongeren het doen op school, op de arbeidsmarkt,
op de woningmarkt en in hun eigen beleving.

 


 

1. Jongeren en school

 

 

Zeeuwse bevolkingspiramide

De bevolking van Zeeland is de afgelopen 30 jaar steeds meer verouderd. Het totale aantal jongeren (15 tot 25 jaar) is met meer dan 8 procent gekrompen (van 1996 tot en met 2026) en hun aandeel ten opzichte van de groep 55+’ers is eveneens kleiner geworden (van 47,8% in 1996 naar 26,2% in 2026).

DEFINITIE
De bevolking is het aantal inwoners op 1 januari




 

Verdeling scholieren over opleidingsniveaus

Verhoudingsgewijs zien we dat Zeeuwse scholieren vaker een vmbo-opleiding volgen dan landelijk het geval is. Zeeuwse scholieren volgen ook minder vaak een vwo-opleiding.

  
 

 

Schooladvies aan het eind van de basisschool

Ten opzichte van landelijke cijfers, krijgen Zeeuwse basisschoolleerlingen minder vaak een schooladvies voor havo/vwo of vwo. Daar staat tegenover dat ze beduidend vaker het advies vmbo/gt krijgen.

DEFINITIE
Definitief schooladvies van leerlingen in leerjaar 8 van het basisonderwijs, als aandeel van alle adviezen.
 



 

 



 

Voortijdig schoolverlaters (T1) per onderwijssoort

Voortijdig schoolverlaters geven een beeld van welke leerlingen/studenten in een kwetsbare positie terecht kunnen komen op de arbeidsmarkt, omdat ze nog geen startkwalificatie hebben behaald. Het aandeel voortijdig schoolverlaters in Zeeland volgt de landelijke trend. Opvallend is dat het aandeel aanzienlijk hoger ligt binnen het mbo dan binnen andere onderwijssoorten.

DEFINITIE
Het betreft hier T1 vsv'ers, oftewel nieuwe vsv'ers. Er zijn geen betrouwbare data over T2 van vsv'ers beschikbaar voor Zeeland.

  


                                                                     

                              

  
  

 

Relatief veel T1 vsv'ers binnen Zeeuwse doorstroompunten

Hoewel het aandeel vsv'ers laag is binnen Zeeland, kennen doorstroompunten Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen relatief hoge aandelen vsv'ers ten opzichte van vergelijkbare benchmarkregio's.

DEFINITIE
Benchmarkregio's zijn door Bureau LPBL geselecteerd op basis van hun gelijkenis met de Zeeuwse doorstroompunten in termen van 1. stedelijkheid, 2. spreiding van huishoudens (een indicator voor bestuurlijke complexiteit voor het implementeren van een regionale aanpak) en 3. sociaaleconomische kwetsbaarheid van de bevolking (SES-WOA).


 



 

Welke vooropleiding hebben de mbo'ers in Zeeland?

Wat is de vooropleiding van Zeeuwse mbo-studenten? Het merendeel van de instromers volgt een niveau 4-opleiding, terwijl een niveau 1-opleiding het minst vaak gevolgd wordt. De meeste studenten die op niveau 4 zijn ingestroomd hebben een vmbo-t of vmbo-kl vooropleiding. Op niveau 1 hebben de meeste nieuw ingestroomde studenten een vmbo-, havo-, of vwo-opleiding gevolgd die zij niet hebben afgerond (vmbo/havo/vwo ongediplomeerd), of is de vooropleiding volkomen onbekend.


DEFINITIE

Aantal instromende mbo-studenten naar vooropleiding in het voortgezet onderwijs en kwalificatieniveau, geteld naar woonregio Zeeland. Alle leerwegen samen; de categorie Totaal is aan beide kanten weggelaten.
 

 
  

 

Trendlijnen instroom bbl en bol in het mbo

Steeds meer mbo-studenten in Zeeland kiezen voor een BBL-opleiding, oftewel een opleiding waarin ze werkend leren, in plaats van een BOL-opleiding, waar ze de meeste dagen naar school gaan. Landelijk bestaat dezelfde trend, maar ligt het aandeel BOL-studenten structureel hoger dan in Zeeland en het aandeel BBL-studenten structureel lager.

DEFINITIE
Aandeel van de mbo-studenten per leerweg, als percentage van alle mbo-studenten in dat jaar en de betreffende regio. De percentages tellen net niet op tot 100%, omdat een kleine groep extraneï (studenten die examens maken maar geen lessen volgen) niet is opgenomen in de grafiek.




 

Doorstroom naar het hoger onderwijs

Waar komen Zeeuwse jongeren terecht als ze doorstromen naar het hoger onderwijs? Zeeuwse havisten en vwo'ers stromen vaker dan landelijk door naar een hbo-opleiding. Niet verwonderlijk gezien het grotere aandeel havisten in Zeeland. Opvallend is echter het relatief grote aandeel vwo'ers dat voor een hbo-opleiding kiest, vergeleken met landelijke cijfers. Vanuit mbo volgt de Zeeuwse doorstroom naar het hoger onderwijs de landelijke trend: de meeste mbo'ers stromen door naar een bachelor-opleiding op het hbo, terwijl een veel kleiner aandeel aan een associate degree begint.

  
  

 

Instroom van jongeren in het hoger onderwijs

Hoeveel jongeren beginnen in Zeeland aan een hbo- of wo-opleiding? De instroom in het hoger onderwijs daalt zowel in Zeeland als landelijk, door een afname van het aantal jongeren. De instroom in het Zeeuwse hoger onderwijs bestaat voornamelijk uit hbo'ers, terwijl wo'ers een veel kleiner deel uitmaken van de instroom dan landelijk het geval is. Dit komt doordat het hbo in Zeeland door een veel grotere instelling vertegenwoordigd wordt (Hogeschool Zeeland) dan het wo (University College Roosevelt).

DEFINITIE
De aantallen hebben betrekking op de instroom in Zeeuwse instellingen binnen het hoger onderwijs.



2. Jongeren en werk

 

 

Aandeel jongeren met werk

De netto arbeidsparticipatie van jongeren vertoont zowel landelijk als in Zeeland een stijgende lijn en staat op een hoog niveau. Daarnaast is de netto arbeidsparticipatie onder Zeeuwse jongeren hoger dan landelijk, terwijl de netto arbeidsparticipatie van de hele bevolking tot ongeveer 1 procentpunt lager ligt in Zeeland.

DEFINITIE
Netto arbeidsparticipatie van jongeren: het percentage jongeren (15 tot 25 jaar) met betaald werk ten opzichte van alle jongeren.




Jongeren zonder startkwalificatie werken minder vaak

De gemiddelde arbeidsdeelname onder jongeren is hoog, maar de groep is divers en de arbeidsdeelname hangt sterk samen met het hoogst behaalde opleidingsniveau en onderwijsdeelname. Jongeren die geen opleiding meer volgen en een hbo-/wo-diploma hebben gehaald, werken relatief vaak (9 op de 10), terwijl deze verhouding slechts 6 op de 10 is onder voortijdig schoolverlaters. Dit zijn jongeren die geen startkwalificatie hebben (hoogste opleidingsniveau is vmbo, mbo 1, of havo-/vwo-onderbouw) en ook niet meer naar school gaan.

DEFINITIE
De arbeidsdeelname is in dit geval het aandeel jongeren per opleidingsniveau dat werknemer is ten opzichte van het totale aantal jongeren voor dat opleidingsniveau (werknemer + geen werknemer).

 
  

 

Binding met de arbeidsmarkt: vast, flex, zzp en zmp

Een baan hebben is niet hetzelfde als bestaanszekerheid hebben. De aard van het contract bepaalt of jongeren een hypotheek krijgen, een huurwoning en of ze een financiële dip kunnen opvangen.

DEFINITIE
Flexibel is een contract voor bepaalde tijd, inclusief oproep- en uitzendkrachten; zmp staat voor zelfstandige met personeel en meewerkende gezinsleden.



3. Jongeren en huisvesting

  

 

Zeeuwse jongeren bezitten vaker een koopwoning

Vergeleken met ander leeftijdsgroepen  bezitten jongeren aanzienlijk minder vaak een huurwoning. Vergeleken met het landelijk gemiddelde bezitten Zeeuwse jongeren echter vaker een koopwoning.

DEFINITIE
Het CBS-bestand dat ten grondslag ligt aan de grafieken hiernaast onderscheidt verschillende typen koopwoningen (bijvoorbeeld met NHG-hypotheek en zonder). Wanneer het aantal eigenaren voor een bepaald type koopwoning erg laag was, werd het cijfer in het CBS-basisbestand onderdrukt omwille van privacyredenen. Deze ontbrekende aantallen zijn daarom niet meegenomen in de geaggregeerde percentages in de grafieken hiernaast. De invloed op het percentage is echter gering, waardoor de grafieken nog steeds een representatief beeld van de werkelijkheid geven.




 

Zeeuwse woningbezitters hebben iets minder vaak kinderen

Zeeuwse woningbezitters hebben minder vaak kinderen dan landelijk gemiddeld, maar de verschillen zijn relatief klein. Zowel landelijk als in Zeeland hebben ongeveer 4 op de 10 jonge woningbezitters (jonger dan 35 jaar) kinderen. Daarbij bestaat het merendeel van de huishoudens uit stellen met kinderen en bestaat slechts een klein aandeel uit eenouderhuishoudens. Zeeland wijkt daarin ook niet af van het landelijke beeld.

DEFINITIE
Het CBS-bestand dat ten grondslag ligt aan de grafieken hiernaast onderscheidt verschillende typen koopwoningen (bijvoorbeeld met NHG-hypotheek en zonder). Wanneer het aantal eigenaren voor een bepaald type koopwoning erg laag was, werd het cijfer in het CBS-basisbestand onderdrukt omwille van privacyredenen. Deze ontbrekende aantallen zijn daarom niet meegenomen in de geaggregeerde percentages in de grafieken hiernaast. De invloed op het percentage is echter gering, waardoor de grafieken nog steeds een representatief beeld van de werkelijkheid geven. 

  

4. Kwetsbaarheid en mentale gezondheid

 

 

Jongeren zonder werk en zonder opleiding (NEET)

NEET staat voor not in education, employment or training: jongeren die niet werken en ook geen opleiding volgen.  Deze groep valt daarmee buiten de twee belangrijkste routes waarlangs jongeren zich doorgaans ontwikkelen richting de arbeidsmarkt: school en werk, en loopt daardoor een verhoogd risico op achterstand, sociale uitsluiting en langdurige werkloosheid. NEET zijn geen homogene groep: er zitten jongeren in met psychische klachten, jongeren met zorgtaken, en jongeren die tussen twee opleidingen in zitten

DEFINITIE
Deze data zijn samengesteld op basis van de Enquête Beroepsbevolking van het CBS en er is dus geen gebruikgemaakt van registerbestanden. Een kritische kanttekening bij registerbestanden is dat jongeren in het grensgebied soms onterecht als NEET te boek staan, omdat zij een opleiding volgen in België en daardoor niet in Nederland als onderwijsvolgend geregistreerd staan.





Ervaren mentale gezondheid

De RIVM Gezondheidsenquête 2024 brengt de mentale gesteldheid en zorgen van jongeren in beeld. Over het algemeen volgen Zeeuwse jongeren de landelijke trend, met uitzondering van het thema woningmarkt. Hoewel ruim de helft van de Zeeuwse jongeren zich zorgen maakt om de woningmarkt, ligt het aandeel lager dan het landelijk gemiddelde. Dit heeft te maken met de lagere woonkosten in Zeeland en andere perifère regio's, zoals Fryslân en Limburg. In regio's met een hoge bevolkingsdichtheid zoals Haaglanden en Amsterdam, maakt juist een groter aandeel jongeren zich zorgen om de woningmarkt dan het landelijk gemiddelde.

 

POWERED BY

powered by