FEEDBACKFORMULIER

Wij waarderen uw feedback!

FEEDBACK
Dit veld is verplicht
Dit veld is verplicht

* verplichte velden

De Utrechtse economie 2005-2017

BELANGRIJKSTE INZICHTEN
  • Utrechtse economie groeide in 2017 met 3,3%
  • Utrecht levert 9% van het Nederlandse bbp
  • Sinds 2015 ontwikkelt het bbp per inwoner zich bovengemiddeld
  • Utrecht voegt bovengemiddeld veel bruto toegevoegde waarde toe in de sectoren industrie, landbouw en visserij, bouwnijverheid en handel

Aan de hand van de antwoorden op vijf vragen geven we inzicht in de economische ontwikkelingen in Utrecht. Hoe heeft de Utrechtse economie zich de afgelopen tien jaar ontwikkeld ten opzichte van de andere provincies? Hoe belangrijk is Utrecht voor de Nederlandse economie? Hoe heeft het bbp per inwoner zich in Utrecht ontwikkeld? Welke sectoren zijn belangrijk voor Utrecht? En welke ontwikkeling hebben deze sectoren laten zien? 

Utrechtse ECONOMIE GROEIDE IN 2017 HARDER DAN DE NEDERLANDSE

De Utrechtse economie groeide in 2017 met 3,3%. De gemiddelde groei in Nederland lag hoger dan in voorgaande jaren en kwam uit op 3,2%. In vrijwel alle regio’s groeide de economie. Alleen in Groningen zorgde de verminderde aardgaswinning voor economische krimp. Ook de economie van Friesland en Drenthe werd geremd door de aardgaswinning. 

Economische groei 2017, naar provincie
Utrechtse ECONOMIE 2005-2017 BELANGRIJKE FACTOR IN NEDERLAND

Utrecht was in 2017 goed voor 9% van het Nederlandse bbp. Sinds 2005 is de bijdrage van Utrecht aan de Nederlandse economie vrijwel stabiel gebleven. Gemiddeld komt de economische groei van Utrecht overeen met die van Nederland. De economie van Utrecht lijkt relatief minder gevoelig te zijn voor conjuncturele schokken.  Een regio met een gediversifieerde economie is beter in staat om schokken op te vangen dan een regio die sterk afhankelijk is van een beperkt aantal bedrijfsactiviteiten. Ook bepaalt de sectorstructuur de mate waarin een regio afhankelijk is van de export en daarmee vatbaar is voor ontwikkelingen in de wereldhandel. 

Economische groei, Utrecht
Iets lagere ONTWIKKELING BBP PER INWONER 

In Utrecht is het bbp per inwoner iets meer dan 48 duizend per inwoner, waarmee de provincie na Noord-Holland (53.000 per inwoner) de tweede plaats inneemt. Drenthe en Friesland hadden in 2016 (beide ongeveer 29 duizend per inwoner) het laagste bbp per inwoner. 

Tussen 2005 en 2016 steeg het bbp per inwoner in Utrecht met 20%. Landelijk lag de gemiddelde groei op 24%.

BBP per inwoner 2016, naar provincie
BELANGRIJKE SECTOREN

De handel, financiële dienstverlening, (specialistische) zakelijke dienstverlening en gezondheids- en welzijnszorg  leverden in 2015 samen ruim meer dan 50% van de bruto toegevoegde waarde in Utrecht.

De sectoren industrie, handel en informatie en communicatie droegen tussen 2005 en 2015 minder bij aan de totale bruto toegevoegde waarde. Er zijn ook sectoren die belangrijker zijn geworden voor de Utrechtse economie: financiële dienstverlening, openbaar bestuur en overheidsdiensten en gezondheids- en welzijnszorg.

Samenstelling bruto toegevoegde waarde, Utrecht
Utrecht BLINKT UIT QUA informatie en communicatie, financiële dienstverlening en specialistische zakelijke diensten

Met de sectoren informatie en communicatie, financiële dienstverlening en specialistische zakelijke diensten voegt Utrecht bovengemiddeld veel bruto waarde toe ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Sectoren waarin Utrecht een lagere specialisatiegraad heeft, zijn landbouw en visserij, industrie en vervoer en opslag. In de periode 2005-2015 is de specialisatiegraad in Utrecht relatief sterk toegenomen in de sectoren overige dienstverlening, openbaar bestuur en overheidsdiensten en financiële dienstverlening. In de verhuur en overige zakelijke diensten, cultuur, sport en recreatie en specialistische zakelijke diensten daalde de specialisatiegraad. 

De specialisatiegraad geeft aan of een sector in een regio meer of minder dan gemiddeld bruto waarde toevoegt in vergelijking Nederland. Het regionale aandeel van de bruto toegevoegde waarde in een sector wordt afgezet tegen het nationale aandeel van die sector. Als het aandeel in de sector op regionaal niveau hetzelfde is als op nationaal niveau dan is de specialisatiegraad 100. Is het regionale aandeel lager dan het nationale aandeel dan is de score lager dan 100 (ondervertegenwoordiging) en bij een hoger aandeel is de specialisatiegraad hoger dan 100 (oververtegenwoordiging).

Ontwikkeling specialisatiegraad naar sector, Utrecht

Meer in het nieuws

Meer data