FEEDBACKFORMULIER

Wij waarderen uw feedback!

FEEDBACK
Dit veld is verplicht
Dit veld is verplicht

* verplichte velden

Aantal mbo'ers in Noord-Holland

Belangrijkste inzichten
  • Landelijk steeg het aantal mbo-studenten in 2020 (+5.100) tot 507.000.
  • In Noord-Holland nam het aantal mbo-studenten toe (+1.342) tot 72.686.
  • De sterkste afname vond plaats bij mbo'ers op niveau 3. Hun aantal daalde met 287 studenten tot 13.892. De sterkste toename vond plaats onder studenten op niveau 4. Hun aantal steeg met 2.342 tot 36.788.
  • In Noord-Holland steeg het aantal bol-studenten (+1.615) tot 55.981, terwijl het aantal bbl'ers licht daalde (-273) tot 16.705. 
  • De sectoren Zorg, welzijn en sport (+1.294), ICT en creatieve industrie (+203) en Techniek en gebouwde omgeving (+172) kenden de grootste toename in studentenaantallen. Daarentegen kenden de sectoren Voedsel, groen en gastvrijheid (-332), Zakelijke dienstverleningen en veiligheid (-179) en Specialistisch vakmanschap (-25) de grootste afname.
  • Tegen verwachtingen in, blijft het aantal studenten met een leerbaan landelijk ongeveer gelijk. Ook de verwachte problemen met stages voor overige studenten vallen mee. Hiervoor zijn verschillende verklaringen.

Voor de uitbraak van covid-19 verwachtte het ministerie van OCW dat het aantal studenten in het mbo in het schooljaar 2020-2021 op iets meer dan 500.000 zou uitkomen. Mogelijk ook door het vervallen van de centrale eindexamens in 2020 ligt het aantal studenten uiteindelijk hoger, namelijk op 507.000. De economische crisis dreigde ertoe te leiden dat het aantal studenten met een leerbaan (bbl) dit schooljaar sterk af zou nemen; die daling lijkt echter veel kleiner dan verwacht. En ook de problemen met stages voor de overige studenten vallen mee. Wat zit daar achter?

In februari 2021 zijn de cijfers over het aantal studenten in het mbo voor het schooljaar 2020-2021 beschikbaar gekomen. Dit aantal wordt altijd per 1 oktober van het schooljaar geteld. Opvallend is dat op landelijk niveau het aantal studenten hoger uitvalt dan in 2019, terwijl door het ministerie van OCW juist een daling was verwacht.

In 2020/2021 zijn er in totaal iets meer dan 507.000 mbo-studenten. In 2019/2020 waren dat er 501.900. In de provincie Noord-Holland waren dat er 72.686. Dit betreft een stijging (+1.342) ten opzichte van 2019 (71.344). Op landelijk niveau blijkt vooral het aantal studenten op mbo-niveau 4 te zijn gestegen: van 255.000 naar bijna 267.000. Bij de overige niveaus is het beeld redelijk stabiel, hoewel op mbo-niveau 3 een kleine achteruitgang te zien is van 113.000 naar 111.000 studenten. In provincie Noord-Holland zien we de volgende ontwikkeling:

Aantal mbo-studenten naar niveau, provincie Noord-Holland

De landelijke toename van het aantal mbo-4 studenten kan samenhangen met het feit dat het aantal studenten in de beroepsopleidende leerweg (bol) landelijk is gestegen: van bijna 371.000 naar bijna 378.000. Mbo niveau 4 kent nu eenmaal vooral bol-studenten. Kenmerkend voor de bol is dat het aandeel onderwijs op school doorgaans hoger is dan het aandeel praktijkonderwijs.  

Landelijk is de deelname aan de bbl, de beroepsbegeleidende leerweg, waarbij studenten drie tot vier dagen per week bij een bedrijf of instelling werken in een zogenaamde leerbaan en één of twee dagen per week naar school gaan, licht gedaald: met ruim 700 studenten naar 127.140. De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de bol en bbl in provincie Noord-Holland zien. Regionaal blijkt het aantal bbl-leerbanen zich wel verschillend te ontwikkelen. Zo neemt dat in de regio’s Groot-Amsterdam en Zuidoost-Brabant flink af, maar neemt het in Haaglanden daarentegen behoorlijk toe. Rond Amsterdam is van grote invloed dat Schiphol praktisch stilligt.

Aantal mbo-studenten naar leerweg in Noord-Holland

Als we kijken naar de sectorkamers in Noord-Holland, zien we dat het aantal studenten is toegenomen in de sectoren Zorg, welzijn en sport (+1.294), ICT en creatieve industrie (+203) en Techniek en gebouwde omgeving (+172) en afgenomen in de sectoren Voedsel, groen en gastvrijheid (-332), Zakelijke dienstverleningen en veiligheid (-179) en Specialistisch vakmanschap (-25).

Aantal mbo-studenten naar sectorkamer in Noord-Holland

Voor de landelijke stijging van het aantal mbo niveau 4 studenten kunnen verschillende verklaringen bestaan. Zo is het mogelijk dat niveau 3 gediplomeerden vanwege de coronacrisis ervoor gekozen hebben om niet naar werk te zoeken maar nog een jaar op niveau 4 door te leren, of dat gediplomeerden op niveau 4 nog een jaar een andere mbo niveau 4 opleiding hebben gevolgd. Ook kan het zo zijn dat studenten niveau 4 door corona een deel van hun stage noodgedwongen hebben moeten missen en daarom een jaar dupliceren. Een verklaring kan echter ook zijn dat de centrale eindexamens in 2020 zijn komen te vervallen waardoor meer vmbo-t leerlingen hun diploma haalden en naar het mbo (niveau 4) gingen. Instroomcijfers voor het mbo komen binnenkort beschikbaar. Dan is misschien ook te zien of er meer “ouderen” als studenten instromen. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen van in de 20 die hun baan zijn kwijtgeraakt of dreigen kwijt te raken door de crisis en daarom met een (andere) mbo-opleiding beginnen.

Het is vervolgens toch opmerkelijk dat in een covidjaar het aantal studenten met een leerbaan (bbl) ongeveer gelijk blijft. Aan het begin van het schooljaar leek het erop dat het heel lastig zou worden voor bbl-studenten geschikte leerbanen en kortere stages voor bol-studenten te werven. Het tekort aan stageplaatsen schommelt tussen de 18.000 en 22.000 plaatsen. Daarbij gaat het trouwens vooral om bol-stages. De tekorten aan leerbanen zijn veel kleiner, op dit moment nog geen 2.000.

Het lijkt erop dat het beleid om voor voldoende stageplaatsen te zorgen toch enige vruchten afwerpt. Zo mogen stagebedrijven die (nog) niet goedgekeurd zijn toch stagiairs aannemen, kunnen studenten een diploma krijgen met minder stageuren of een vervangende opdracht, stelt de minister fors extra middelen beschikbaar voor bedrijven die stagiairs aannemen (in de horeca, recreatie en landbouw geldt dat zelfs voor 5 jaar!) en kunnen studenten ook punten krijgen voor stages die niet goed bij hun opleiding passen. Ook heeft SBB actief nieuwe leerbedrijven geworven.

Niettemin bestaan er nog steeds tekorten aan stageplekken. De mbo-niveaus 1 en 2 kennen wat dit betreft meer problemen dan niveau 3 en 4. Tekorten gelden vooral voor de luchtvaartdienstverlening en andere activiteiten rondom Schiphol, voor de financiële dienstverlening (waar iedereen thuis werkt, dus ook de stagebegeleider) en opmerkelijk genoeg ook voor de zorg. Voor de laatste sector geldt dat er wel vraag is naar werknemers en dus ook naar stagairs, maar dat het zittend personeel geen tijd heeft die stagiairs te begeleiden. Dat geldt door covid nu extra sterk, maar speelt al langer in de zorg. Gevolg is dat het probleem wel in stand blijft. In de horeca lopen de tekorten aan stageplekken weer op.

Een verklaring van het gelijkblijvende aantal bbl-ers bij een tekort aan stageplekken kan ook zijn dat de nodige bbl-studenten na 1 oktober (het telmoment voor de beschikbare cijfers) de moed hebben opgegeven nog een leerbaan te vinden en inmiddels naar de bol-opleiding zijn overgestapt. Hierop duiden ook cijfers van SBB over het aantal afgesloten stage-overeenkomsten (“beroepspraktijkovereenkomsten; bpvo’s). Uit de volgende grafiek van SBB met het aantal bpvo’s per maand, blijkt dat september 2020 8.000 minder bpvo’s voor de bbl telt dan september 2019. De overige maanden scoren in 2019/2020 en 2020/2021 ongeveer gelijk. Er hebben derhalve in september 2020 de nodige bbl-studenten geen leerbaan weten te vinden. De kans is groot dat een deel van deze groep vervolgens na 1 oktober toch naar een bol-opleiding is overgestapt.

Het kan ook zo zijn dat studenten voor een leerbaan bij een ander bedrijf hebben gekozen: de student vliegtuigmonteur bij een metaalbedrijf en de student horeca bij een supermarkt.

De vraag is ten slotte wel of alle stages op dit moment volwaardig zijn. Zo kan iemand in de bediening bij een horecabedrijf, bij een sportschool of tot voor kort als kapper gewoon niet aan het werk vanwege de lockdown. Dat kon in het vroege najaar nog wel, waardoor men wel een leerbaan heeft gekregen. En vanwege de NOW-voorwaarden (en de vrees een goede goedkope medewerker te missen wanneer men weer open mag) is het voor een ondernemer ook niet handig om de bbl-er meteen weer te ontslaan. Het is echter maar zeer de vraag of stagiairs later de verloren uren weer kunnen inhalen. Veel bedrijven staat inmiddels het water zozeer aan de lippen dat ze de crisis niet gaan overleven en dan is de rest van de stage ook niet meer mogelijk. Dit zou volgend jaar best eens kunnen betekenen dat er veel minder bedrijven zijn die leerbanen en stages aanbieden. Dit terwijl, zoals ook Kans op werk van SBB (waarvoor Etil research group en Panteia elk jaar de wetenschappelijke basis liggen) laat zien, er de komende jaren veel nieuwe vaklieden uit het mbo nodig zijn.

POWERED BY

powered by