FEEDBACKFORMULIER

Wij waarderen uw feedback!

FEEDBACK
Dit veld is verplicht
Dit veld is verplicht

* verplichte velden

Jol Stoffers (Zuyd): zet verworven digitale vaardigheden duurzaam in

Prof. dr. Jol Stoffers, lector Employability aan de Zuyd Hogeschool en bijzonder hoogleraar aan de Open Universiteit, tevens verbonden aan Neimed, sociaal-economisch kenniscentrum.

Bij alle ellende die de crisis ten gevolge van Covid-19 met zich meebrengt, wordt iets waar lange tijd vooral over werd gesproken nu realiteit: een digitale transitie in werk en maatschappelijk verkeer.

In deze crisis werken en functioneren we met ons allen vanuit thuis en onderhouden we onze (persoonlijke en professionele) contacten digitaal. Digitale hulpmiddelen als facetime, skype, teams, zoom en bluejeans worden hierbij ingezet en in rap tempo worden nieuwe kennis en vaardigheden op dit vlak verworven. Onze manier van werken en communiceren verandert daardoor aanzienlijk. Onze samenleving was tot voor kort vooral op fysiek, face-to-face contact gericht. Bijvoorbeeld het onderwijs is veelal op een dergelijke wijze ingericht, waarbij een relatief grote groep mensen bij elkaar in één ruimte aanwezig moet zijn.

Nieuwe duurzame mix
Fysieke, face-to-face interactie is uiteraard enorm waardevol, omdat het naast verbale en visuele informatie ook veel non-verbale en andere niet tastbare informatie oplevert. Digitale communicatie kan daarentegen efficiënter zijn: er is immers geen reistijd, de duur van het contact is veelal korter en doorgaans worden er ook sneller knopen doorgehakt. Het is zaak om na de periode van isolatie door de Covid-19 crisis de verworven digitale vaardigheden blijvend in te zetten en met elkaar een nieuwe mix te vinden tussen digitaal en fysiek, zowel in werk, onderwijs en maatschappelijk verkeer. De huidige crisis markeert de overgang naar deze nieuwe duurzame mix.

Waardering
De crisis heeft ook impact op de manier waarop we kijken naar beroepen en sectoren. Cruciale beroepen zoals in de zorg, het onderwijs en de publieke sector die tot het begin van de jaren 70 in aanzien stonden en sindsdien status verloren hebben, worden momenteel opnieuw op waarde geschat. Een dergelijke maatschappelijke herwaardering zou dan ook legitimeren dat de politiek meer collectieve middelen beschikbaar gaat stellen voor deze beroepsgroepen en sectoren. Bovendien zou een dergelijke herwaardering een kantelpunt kunnen zijn, waardoor meer jonge mensen voor deze beroepen en sectoren gaan kiezen. Al zal dat allemaal niet van de ene op de andere dag gebeuren.

Concurrentievoordeel
Een andere groep die gelukkig niet vergeten wordt in de overheidsmaatregelen, wordt gevormd door de flexwerkers en ZP’ers (zelfstandige professionals). Zij zijn immers cruciaal voor onze economie. Deze ondernemende mensen zorgen voor flexibiliteit en slagvaardigheid van bedrijven en organisaties en zijn daarmee medebepalend voor het concurrentievoordeel dat Nederland heeft ten opzichte van traditionelere economieën. Het is te hopen dat de overheid met haar maatregelen een krachtig signaal afgeeft, met name aan jonge mensen. Voorkomen moet worden dat jonge, ondernemende mensen, als gevolg van deze crisis, kiezen voor de zekerheden van een traditionele arbeidssituatie. We hebben immers als economie zeker ook na deze crisis flexibiliteit en ondernemerschap nodig.

Duurzaam werken en leven
Voor instituties en actoren in de regio is het de uitdaging om met elkaar tot duurzame en passende oplossingen te komen voor de periode na de crisis. De regio’s die daarin het best zullen slagen zijn de regio’s waar de partners in staat zijn om over de grenzen van de eigen kolom heen te kijken, complementair aan elkaar te zijn en elkaar iets te gunnen. Het moet de komende periode dan ook niet alleen gaan over ‘terug naar hoe het was’. De uitdaging is om juist te kijken naar de lange termijn. Hoe kunnen verworven digitale vaardigheden worden ingezet om na de crisis duurzaam met elkaar te werken aan een veerkrachtige regio? Dat zal echter voor elke regio anders zijn, afhankelijk van geografische ligging, demografie en de regionale economie.

Meer in het nieuws

Meer data