FEEDBACKFORMULIER

Wij waarderen uw feedback!

FEEDBACK
Dit veld is verplicht
Dit veld is verplicht

* verplichte velden

Laaggeletterdheid, laaggecijferdheid en digibetisme is een fors fenomeen, ook in Overijssel

BELangrijkste inzichten
  • Nog steeds heeft een groot deel van de Nederlandse volwassenen problemen met lezen, schrijven en/of rekenen.
  • In totaal gaat het om 2,5 miljoen volwassen, waarvan er 1,8 miljoen tussen de 18 en 65 jaar zijn.
  • Onder werkzoekenden is het percentage laaggeletterdheid 16% en het percentage laaggecijferdheid 20%.
  • Een gebrek aan digitale vaardigheden kan mensen niet alleen op de arbeidsmarkt, maar ook in hun hele functioneren belemmeren.
  • In samenwerking met het bedrijfsleven kan laaggeletterdheid, laaggecijferdheid en digibetisme beter worden bestreden.

Veel mensen zijn zich er niet van bewust dat nog steeds een groot deel van de Nederlandse volwassenen problemen heeft met lezen, schrijven en/of rekenen. In totaal gaat het om 2,5 miljoen volwassenen, waarvan er 1,8 miljoen tussen de 18 en 65 jaar zijn (Algemene Rekenkamer, 2016). Hiervan heeft iets meer dan 1 miljoen mensen zowel moeite met rekenen als taal, ruim 270.000 alleen met taal en bijna 450.000 alleen met rekenen. Onder werkzoekenden is het percentage laaggeletterden 16% en het percentage laaggecijferdheid 20% tegen respectievelijk 9% en 10% onder de werkenden.

In het rapport “Spreiding van laaggeletterdheid Inzicht in taal- en rekenvaardigheden per beroep, sector en type werkzoekende” (ROA, 2019) wordt een aantal feiten rondom laaggeletterdheid en laaggecijferdheid vermeld:

  • Net zoals veel mensen niet bewust zijn van de omvang van laaggeletterdheid en laaggecijferdheid bewust zijn, zijn werkgevers dit vaak ook niet.
  • Laaggeletterdheid en laaggecijferdheid zorgen voor een hoger ziekteverzuim en een hoger risico op het gebied van bedrijfsongevallen.
  • Werknemers die problemen hebben met rekenen en taal zijn minder productief.
  • Laaggeletterde en laaggecijferde mensen hebben grotere problemen om een baan te vinden en te houden.
  • Deze personen werken vaak in sectoren met een grote arbeidsmarktdynamiek. Dat betekent dat er voor werkzoekenden veel vacatures zijn, maar ook dat er grote concurrentie is.
  • Mensen met problemen met de Nederlandse taal en/of rekenen zijn vaak weinig ingesteld op verdere scholing en ontwikkeling.

Eerder meldde ArbeidsmarktInZicht ook dat het verbeteren van de geletterdheid iemand tot wel 17% inkomen extra kan opleveren.

Digibetisme

Een gebrek aan digitale vaardigheden kan mensen niet alleen op de arbeidsmarkt, maar ook in hun hele functioneren belemmeren. Van de werkenden en werkzoekenden tussen de 15 en 65 jaar bezit circa 15% niet over basisvaardigheden om online taken te kunnen uitvoeren of om via digitale technologieën te communiceren (Europese Rekenkamer, 2021). De overheid schat zelfs in dat ongeveer 2,5 miljoen Nederlanders problemen hebben met het werken met digitale apparaten; 1, 2 miljoen Nederlanders zeiden in 2019 nog nooit internet te hebben gebruikt (inmiddels ligt dit aantal mogelijk door de beperkingen tijdens de crisis wat lager). Vaak is er sprake van een combinatie: wie moeite heeft met taal heeft drie keer zo vaak onvoldoende digitale vaardigheden als anderen (ECBO, 2015).

Dit betekent niet alleen dat men als werknemer bepaalde werkzaamheden die digitale vaardigheden vereisen niet kan uitvoeren, maar ook dat functioneren als werknemer (ziek melden, videobellen, tijd registreren, het lezen van veiligheidsinstructies, etc.) en zoeken naar werk (een cv opstellen, inschrijven bij het UWV of en uitzendbureau) of een opleiding een stuk lastiger worden. Experts zeggen dat digitaal vermogen van personen  steeds belangrijker wordt.

Trendwatchers voorzien dat het onderwerp pas in 2030 net zoveel aandacht zal krijgen als bestrijding van laaggeletterdheid en laaggecijferdheid. De Nederlandse overheid heeft echter met NLDigi Beter en de Nationale Digitaliseringstrategie 2020 een strategie ontwikkeld om digibetisme te bestrijden. Dit is hard nodig. De Europese Rekenkamer constateerde recentelijk nog dat dat op het gebied van bestrijding van digibetisme weinig voortgang wordt geboekt.

Cijfers over uw regio

ArbeidsmarktInZicht geeft een beeld van het aantal laaggeletterden op regionaal niveau. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende clusters of doelgroepen, die in het beleid gericht op laaggeletterheid worden aangehouden. De visualisatie hierbeneden toont het aantal laaggeletterden per cluster voor elke arbeidsmarktregio binnen provincie Overijssel.

Aantal laaggeletterden naar cluster, per arbeidsmarktregio, Overijssel

In heel Nederland is 12% van de beroepsbevolking laaggeletterd. Voor de arbeidsmarktregio's in Overijssel ligt dit percentagetussen 11 en 13%. Op GeletterdheidInZicht, ons platform specifiek gefocusd op het in kaart brengen van laaggeletterdheid, kunt u verdere vergelijkingen maken tussen Nederland en alle arbeidsmarktregio's en gemeentes.

Zoals gezegd is er veel overlap tussen laaggeletterdheid, laaggecijferdheid en digibetisme. De groep die tegelijkertijd met alle drie soorten vaardigheden problemen heeft, zal ongeveer 50-60% van de hierboven weergegeven groep beslaan. Daarbij gaat het ook vaak om mensen zonder baan. De groep die problemen heeft met één van deze vaardigheden (laaggeletterd, laaggecijferd of digibeet) zal ongeveer 40-50% groter zijn dan de groep die alleen laaggeletterd is.

Consequenties
  • De arbeidsmarkt wordt de komende jaren steeds krapper. Van degenen die aan de kant zullen staan, zal een steeds groter deel kampen met laaggeletterdheid, laaggecijferdheid en/of digibetisme.
  • Dit geldt, misschien op laaggecijferdheid na, ook voor een groot deel van de nieuwe (arbeids)migranten. De meesten hiervan kennen niet alleen geen Nederlands, maar komen ook vaak uit landen waarin veel meer mensen niet digitaal vaardig zijn in vergelijking met Nederland, dat qua percentage personen met digitale vaardigheden de nummer 1 van Europa is.
  • De eisen van de arbeidsmarkt, met name op digitaal gebied, zullen de komende jaren verder toenemen.
  • Doordat een groter deel van de werkzoekenden problemen met taal, rekenen of computers heeft, moeten intermediaire organisaties de toegang tot hun instrumenten van voorlichting en registratie ofwel verder vereenvoudigen of visualiseren, of weer meer voor persoonlijke dienstverlening kiezen.
  • Jongeren kennen in de meeste gevallen een betere vooropleiding dan hun ouders. Weliswaar zijn er gezinnen en zelfs wijken waar laaggeletterdheid en laaggecijferdheid van generatie op generatie overgaan, maar over de hele linie nemen op deze manier beide verschijnselen af.
  • Dit zal zeker ook gelden voor digitale vaardigheden. Jongeren worden tegenwoordig groot met de smartphone in de hand.
  • Ouderen moeten steeds langer doorwerken omdat de AOW-leeftijd opschuift. Dit betekent dat ze ook steeds vaker op latere leeftijd nog naar een andere baan moeten zoeken. De kans is dan groot dat hun vaardigheden tekort schieten of dat ze op de arbeidsmarkt concurrentie ondervinden van andere werkzoekenden die wel met taal, cijfers en computers kunnen omgaan.
  • Ondersteuning met digitale technologie zorgt er mogelijk in de toekomst voor dat mensen met een MBO1 of MBO2 opleiding aan de slag kunnen binnen beroepen die voorheen alleen weggelegd waren voor mensen op de hogere MBO niveaus. Achtergrond kan bijvoorbeeld een tekort aan MBO3 en MBO4 geschoolden zijn. Een voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld dat een verpleegkundige met de helpenden zorg op locatie meekijkt via een virtual Reality oplossing. Het is dan wel nodig dat die helpende wel over digitale basisvaardigheden beschikt.


Al met al genoeg redenen om de handschoen snel en beter op te pakken en de drie verschijnselen laaggeletterdheid, laaggecijferdheid en digibetisme nu te bestrijden. Wellicht dat het bedrijfsleven ook wel een handje wil helpen. Dat kan zijn met de eigen werknemers als die door hun problemen met taal, rekenen of computers niet meer meekunnen. Het begint er al mee dat werkgevers gaan identificeren wie van hun werknemers over onvoldoende bagage beschikken. Vervolgens kan men mogelijk naar wegen zoeken om de verschijnselen in combinatie met de werkzaamheden aan te pakken.

Het kan ook gaan om werkzoekenden. Dit speelt als er voor veel vacatures weinig aanbod meer is en iemand met een op te lossen probleem met taal of rekenen wel over diverse andere competenties bezit die goed op vacatures passen. Ook dan kan het bedrijfsleven er belang bij hebben om de obstakels op het gebied van taal, rekenen of computervaardigheden weg te (laten) nemen. We weten overigens dat laaggeletterdheid, laaggecijferdheid en digibetisme vaak samenhangt met een opleiding onder het startkwalificatieniveau. Het zou vanwege de bestendigheid van een eventuele nieuwe betrekking goed zijn om tegelijkertijd de werkzoekende ook een inhoudelijke opleiding te laten volgen.

Meer data

Meer weten over laaggeletterdheid op regionaal en gemeentelijk niveau? Neem een kijkje op GeletterdheidInZicht.

POWERED BY

powered by