FEEDBACKFORMULIER

Wij waarderen uw feedback!

FEEDBACK
Dit veld is verplicht
Dit veld is verplicht

* verplichte velden

Weer meer bbl-leerlingen in Brabant

belangrijkste inzichten
  • Na jarenlange daling stijgt het aantal bbl-leerlingen in Brabant voor het tweede jaar op rij, bol blijft echter favoriet
  • Er zijn vooral meer bbl-leerlingen in techniek en zorg
  • Conjunctuur heeft invloed op bbl-leerlingen maar er is meer aan de hand
  • Dalend leerlingaantal vraagt om vernieuwing van het praktijkleren
Aantal leerbanen neemt weer verder toe

Na een jarenlange daling begint het aantal bbl-leerlingen sinds 2016 weer te stijgen. Vanaf het begin van de crisis nam het aantal leerbanen in een rap tempo af. In 2009 waren er nog ruim 28.000 leerbanen, in 2015 nog minder dan 16.000. In 2016 groeide de bbl in Brabant weer licht. In 2017 zette deze trend door en kwam het aantal bbl-leerlingen boven de 17.000 – nog steeds ver onder het niveau van 2009. De toename zit vooral in sectoren die van oudsher werken met leerbanen: techniek en gebouwde omgeving en zorg, welzijn en sport. 

Op basis van een landelijk onderzoek van ecbo blijkt dat de krimp van de bbl vanaf 2009 vooral het gevolg is van een afnemende instroom van volwassen. De initiële bbl-instroom daalde eveneens, maar de terugval hierin is kleiner. 

De beroepsbegeleidende leerweg (bbl) van het mbo wordt benut voor het kwalificeren van (1) jongeren uit het voortgezet onderwijs die zich voorbereiden op de beroepsuitoefening en van (2) volwassenen, veelal personen met werkervaring, die op de uitoefening van een voor hen nieuw beroep worden voorbereid dan wel op veranderingen in de beroepsuitoefening. 

Deelnemers mbo naar leerweg, Brabant
BBL deelnemers naar mbo sectorkamer, Brabant
inzicht in samenstelling bbl-populatie helpt bij analyse

Bijna een kwart van de 69.000 mbo-leerlingen in Brabant volgt in het schooljaar 2017/2018 een mbo-opleiding via bbl. 38% van de bbl-leerlingen in Brabant zit op niveau 2, dat wordt beschouwd als de thuisbasis van de bbl. Op niveau 2 is de instroom vanuit het voortgezet onderwijs namelijk het hoogst.

Op mbo-niveau 3 zitten echter de meeste bbl-leerlingen (47%), doordat hier meer volwassenen instromen én leerlingen van niveau 2 doorstromen. Dit verklaart ook het leeftijdsverschil tussen bbl-leerlingen van niveau 2 (de helft is jonger dan 18 jaar) en die van niveau 3 (driekwart is ouder dan 18 jaar). Het aantal bbl-leerlingen op mbo-niveau 4 is beperkt, terwijl toch meer dan de helft van de Brabantse mbo- leerlingen (57%) een mbo-opleiding op niveau 4 volgt. Zij kiezen dus veelal voor de beroepsopleidende leerweg.

Deelnemers mbo naar leerweg en mbo-niveau, Brabant
Verklaringen voor de afnemende belangstelling voor bbl

Conjuncturele ontwikkelingen
In tijden van economische crisis investeren veel bedrijven niet in het opleiden van toekomstige werknemers. Daarmee daalt het aantal bbl-plaatsen. Leerlingen zijn er daardoor niet zeker van dat ze een bbl-plaats kunnen bemachtigen en kiezen dan ook vaker voor een bol-opleiding. Ook stellen de jongeren de definitieve beroepskeuze uit en kiezen ervoor om langer door te leren. Meer algemene vormen van onderwijs en opleidingen met doorstroommogelijkheden liggen dan voor de hand. 

Stijgend opleidings- en kwalificatieniveau
Naast een hogere deelname van jongeren aan het hoger onderwijs, blijkt uit analyses van ecbo  dat de leerweg in het vmbo steeds meer invloed heeft op het startniveau in het mbo. Leerlingen op mbo-niveau 2 komen vaker uit de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo, leerlingen op niveau 3 uit de kaderberoepsgerichte leerweg en leerlingen op niveau 4 uit de gemengde en theoretische leerweg. 

In het vmbo neemt de deelname aan de basisberoepsgerichte leerweg al jaren af, terwijl de deelname aan de theoretische leerweg vanaf 2010 jaarlijks toeneemt. Dit heeft effect op het beschikbare potentieel op mbo-niveau 2, het niveau waarop veel bbl-leerlingen instromen. Daartegenover staat een toenemende deelname aan de theoretische leerweg van het vmbo, zodat ook de potentiële instroom op niveau 4 van het mbo groeit. Op niveau 4 is de initiële instroom in de bbl marginaal en profiteert de bbl dus niet van het groeiende potentieel. 

Leerlingen vmbo naar onderwijssoort, Brabant

Imago van de bbl
Onterecht lijkt een beeld te zijn ontstaan dat werkend leren van minder waarde is dan schools leren, wat zich uit in een negatief imago van de bbl. Het beeld leeft dat de bbl een vorm van restonderwijs is zonder goed toekomstperspectief. Dit beeld leeft ook bij een deel van de potentiële deelnemers en hun ouders, die daarom hun kind liever naar de bol zien gaan. Het imago van de bbl, dat vooral in de buitenwereld wordt gecreëerd, hangt ook samen met een ontwikkeling waarbij schools leren en algemeen vormend onderwijs gezien worden als de best mogelijke weg naar een goede positie op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Ook de overheid heeft daaraan bijgedragen door haar maatschappelijke behoefte aan meer hoger opgeleiden vooral via het algemeen vormend onderwijs te realiseren. 

Overheidsmaatregelen
Op basis van het onderzoek van ecbo blijkt dat overheidsmaatregelen (waaronder verzwaren taal- en rekeneisen en invoering van de Subsidieregeling Praktijkleren) slechts een beperkte rol te hebben gehad in de afnemende leerlingenaantallen van de bbl. 

druk op de BBL vraagt om vernieuwing 

Te verwachten is dat het aantal bbl-deelnemers in 2018 verder zal toenemen onder invloed van het economisch herstel. Door de structurele ontwikkelingen in de onderwijsdeelname en het imago van deze leerweg blijft de druk op de bbl echter bestaan. Het huidige beroepsonderwijs met zijn grote aandacht voor praktijkleren vertegenwoordigt echter een grote waarde. Het is daarom zaak om de bbl meer toekomstgericht te maken en beter toe te snijden op de onderscheiden posities en behoeften van de initiële en de post-initiële deelnemers aan het beroepsonderwijs.

Mogelijkheden daarvoor zijn: 

  • Het uitbreiden van het bbl-aanbod op niveau 3 en 4, en zelfs tot de Associate Degree (hbo).
  • Dualisering van bol-niveau 3 en bol-niveau 4 met een sterkere praktijkcomponent dan in het traditionele model. Hiervoor worden al initiatieven ontwikkeld. Zo kunnen in samenspraak met lokale ondernemers bedrijfssituaties worden ingericht. Een interessant praktijkvoorbeeld vormen de Centra voor Innovatief Vakmanschap, waar een deel van de praktijkopleiding wordt uitgevoerd.

 

Meer in het nieuws

Meer data